Shriekback

Shriekback

  • Share:

Op zondag 19 augustus vinden we hen om 18.20 uur op de Synth Scene van W-fest: de Londense post-punk band Shriekback. Actief sinds 1981, en tot op heden 14 albums en een heleboel singles, compilaties en internetreleases rijk. Wij overvielen Carl Marsh alvast met alle vragen die we hem al altijd wilden stellen…

Waar halen jullie de kracht en inspiratie om al die tijd te blijven doorgaan, ondanks het feit dat jullie al verschillende groepsbezettingen kenden?
Iemand moet het doen! Onze ideeën blijken nog lang niet uitgeput te zijn. Als we een goede plaat maken, verbruikt dit geen energie, maar geeft ons dit meer kracht en inspiratie om een volgende te maken. Het is een zelfontstekend mechanisme… misschien ontdekten we op die manier wel de eeuwigdurende beweging in het maken van muziek!  Shriekback is een erg creatieve omgeving. Er rest altijd de vraag ‘wat als…?’ en een grote nieuwsgierigheid om achter de volgende hoek te gaan kijken welke kans zich daar voordoet.

Shriekback is ontstaan met 2 artiesten van toch wel 2 grote gevestigde waarden – XTC en  Gang of Four. Hoe is dat ooit begonnen?
Dave had een kleine burnout bij Gang Of Four, verliet de band en deed een interview in NME waarin hij vermeldde op zoek te zijn naar mensen om iets nieuws mee op te starten. Gang Of Four had net To Hell With Poverty uitgebracht. Deze was geproducet door Nick Launay (die nu met artiesten als Nick Cave en – vreemd genoeg – ook Barrys zoon Finn zijn band The Veils werkt) wie me hielp bij het uitbrengen van de eerste single – Party Mood – van mijn band Out On Blue Six. Dat gaf me het vertrouwen om de single, samen met een brief waarin ik simpelweg om de job vroeg naar Dave te sturen. Dewelke ik gek genoeg ook kreeg. Barry was er toen al bij, waardoor ik praktisch bij mijn ‘dream team’ terecht kwam, aangezien zowel Gang Of Four als XTC twee van mijn favoriete bands waren. Wat daarna volgde was een rommelige periode van experimenteren, proberen en heel wat falen, vooraleer de line-up uitgeklaard was. Na ongeveer een jaar kwam ook Martyn er bij. Ik denk dat Dave dit oorspronkelijk helemaal niet als een project op lange termijn zag, maar hier staan we dan, zo’n dertig jaar later.

Tench was jullie debuut in 1982. Why Anything? Why This? is jullie allerlaatste wapenfeit. Kunnen jullie omschrijven hoe jullie evolueerden en hoe de veranderingen in de muziekbusiness daar invloed op gehad hebben?
Ah, dat is een lange, vreemde trip. Met Tench leerden we mekaar kennen, daarna kwam Care en realiseerden we ons dat we samen wel iets uitzonderlijks hadden. Beide platen waren in KPM in Denmark Street in Londen gemaakt – oorspronkelijk een demo-studio voor artiesten die tekenden voor EMI Music, zoals de Simple Minds en Adam Ant – maar we tekenden een deal die het onmogelijk maakte ons te verplichten om er onze albums af te werken, wat wou zeggen dat we veel meer tijd hadden om dingen uit te proberen. We hebben de studio altijd gebruikt als deel in ons schrijfproces en niet zoals je normaal gesproken nummers vooraf schrijft om ze daarna in de studio te gaan opnemen. Dat was een enorme meevaller voor ons, aangezien ons indielabel, Y Records, ons onvoldoende financieel kon steunen om in dure studio’s te zitten klooien tot het perfect zat. Jam Science was ook opgestart bij Y Records, maar Y ging failliet, we verhuisden naar Arista en namen we het meeste werk van het album op in de Island Records’ studio. Voor Oil & Gold werd het allemaal wat grootser. Dit album werd grotendeels opgenomen in de luxe setting van de Lillie Yard Studios in Fulham, die het bezit is van filmmaker Stanley Myers en – toen zijn leerjongen – Hans Zimmer. Dus fundamenteel deden we ons ‘make it up in the studio-thing’ in een echt veel te dure studio. Het kostte veel en was nogal, euhm, stressvol. Maar toch, we maakten een goeie plaat.
Ik verliet de band daarna, dus ik kan niet zoveel vertellen over de jaren tussen dan en Life In The Loading Bay, het moment van mijn terugkeer. Maar Barry en Martyn maakten de hele trip mee van het commerciële album Bang! tot het runnen van een kleine, zelfvoorzienende akoestische setting voor  Naked Apes And Pond Life en wat volgde. Voor Why Anything? Why This? kwamen we samen om ideeën uit te proberen en zelf aan de slag te gaan: we doken onze eigen studio’s in om materiaal te ontwikkelen, wisselden files uit en gebruikten grote studio’s enkel nog voor bijvoorbeeld het opnemen van live drums. Geen platenlabel nodig dus… en dat draaide goed uit, al zeg ik het zelf.

Dave Allen was een van de mede-oprichters van Shriekback en stopte er na 7 jaar mee. De stopzetting van jullie samenwerking moet wel een zware klap geweest zijn. Hebben jullie nu nog contact met hem?
Ik was al weg wanneer Dave stopte na Big Night Music, dus ik was daar niet bij betrokken. Maar ja, natuurlijk doet het iets als een oprichter van de band weggaat, al zeker als het gaat om een natuurtalent als Dave. Ik denk ook dat Shriekback ondertussen meer geworden was dan de som van de individuele bandleden samen. Ja, we hebben nog steeds contact en wilden hem eigenlijk betrekken bij de live shows vorig jaar, maar aangezien hij in de Verenigde Staten woont en daar een gezin heeft, werkt en dus verplichtingen heeft, was dat praktisch niet mogelijk.Ik zie hem als hij hier in de buurt is en dat is oké. Je weet nooit… Ik durf zeggen dat niemand Shriekback ooit echt verlaten heeft, tenzij hij vertrekt in een kist.

Shriekback stond in 1984 op Seaside-festival hier in België in De Panne. Hebben jullie – net als vele van jullie generatiegenoten – heimwee naar zulke festivals? Want Seaside was voor vele groepen en fans toen the place to be.
Ik denk dat dat één van de laatste was die ik deed, is het niet ? Ik herinner me dat het een plezier was om zo’n grote shows te spelen, hoewel ik ook moet toegeven dat dat verleden ook wat wazig is – nogal een feestje. Je komt dezelfde bands tegen die vaak quasi hetzelfde parcours afleggen. Dus er ontstaat een soort band met hun eigen  backstage trailers, zoals wij hadden met New Order en Echo & The Bunnymen, als ik het me goed herinner.
Allemaal buren, die op mekaars’ deur kloppen om een kopje suiker te lenen… of zoiets, haha.

Jullie nieuwe album Why AnYthing? Why This? doet denken aan jullie vroegere songs van op Oil And Gold uit 1985. Het valt ons ook op dat jullie minder loops en elektronica gebruiken. Bewuste keuze om terug meer te klinken als toen ? Of toeval?
Voor Why AnYthing? Why This? verbonden we ons er toe om een ‘volledige band’ – album te maken, wat inhield dat Martyn niet onderweg was om live te spelen met andere bands (wat hij een tijd lang wel deed) en ik mijn job opzegde. Dat betekende bijvoorbeeld dat als een nummer meer drums en percussie nodig had, dat Martyn in de buurt was om dit te doen, in plaats van Barry die loops moest gebruiken uit Martyns’ ideeën of andere (elektronische) loops. En ik kon er nu ook zijn om meer dan enkel tekst en stem in de nummers te steken. Op dit nieuwe album was iedereen volledig betrokken bij het schrijven en ontwikkelen van alle nummers. Daarom staat er ook ‘written, performed and produced by Shriekback’ en worden alle inkomsten uit schrijfrechten eerlijk verdeeld voor alle nummers. Voelt erg goed aan.

Het gitaarwerk staat weer meer centraal. Zit PiL-bassist Scott Firtht daar voor iets tussen?
Nee, hoewel Scott een ongelooflijke bijdrage leverde bij Wriggle & Drone en Sons Of The Dirt. Zoals ik net vertelde, kwam dit ook deels omdat ik meer beschikbaar was om te spelen dan voorheen.  In Beyond Metropolis bijvoorbeeld had ik te gekke gitaarpartijen – je moet me op mijn woord geloven natuurlijk – die de plaat niet haalden omdat ik ze niet af kreeg tegen de deadline. Ik wou dit niet nog eens laten gebeuren. Daarboven speelde Barry heel wat gitaar op dit album, wat fantastisch klinkt. Deze plaat was een erg open samenwerking, dus iedereen gaf het beste van zichzelf. Ik denk dat Martyn ondertussen zelfs enkele gitaar- en keyboardonderdelen liet vallen. We waren allemaal intens betrokken en begaan met de productie en het algemene geluid van het album.

Jullie hebben het laatste album uitgebracht NOT ON LABEL, in eigen beheer. Geeft jullie dit meer (artistieke) vrijheid? Hadden jullie hier nood aan?
Het ligt eerder aan hoe de technologie en muziekbussiness veranderde, zoals ik hierboven al aan gaf. De technologie zorgde er voor dat we platen volledig onafhankelijk konden produceren, meestal zonder dure studio’s en dus platenlabels – die de dure studio’s betalen – nodig te hebben. We hebben altijd al gevonden dat er geen Shriekback is zonder artistieke vrijheid. In het verleden merkten we dus ook dat we niet zo goed zijn in ‘geproducet’ of ‘gemanaged’ worden. Wat niet wil zeggen dat we geen fouten maken, maar het zijn tenminste onze fouten.

Shriekback speelt in augustus op de derde editie van Wave-fest. Wat mogen de trouwe fans van jullie verwachten? Krijgt het publiek de hits als My Spine Is The Bassline, Lined Up, Nemesis… te horen ? Of wordt er meer tijd uit gerokken voor de nummers van jullie laatste album?
We botsen tegen de praktische kant van het leven op dit vlak… We zouden het liefst veel nieuw werk spelen, maar in praktijk kunnen we slechts 2 dagen repeteren met onze achtkoppige band (waarvan 2 nieuwe leden sinds we enkele maanden geleden samen speelden). Dus ja, je hoort zeker Spine, Nemesis, Lined Up en het merendeel van onze gekende catalogus. Van het nieuwe album zit Shovelheads al zeker in de set en als we kunnen willen we ook graag And The Rain spelen, maar ik beloof nog niets. Bij de impulsiviteit op het podium kunnen er natuurlijk altijd wel dingen veranderen, maar om eerlijk te zijn, is dit toch nog wat worstelen…

Luc Van Acker is één van de artiesten die wij tot ‘onze Belgische trots’ rekenen. Hij werkte samen met Jo Lemaire, Red Zebra, Arbeid Adelt!, Polyphonic Size, Revolting Cocks, Nine Inch Nails en Ministry. En ja, ook met jullie stond hij in ’84 op Seaside, ten tijde van jullie album Jam Science. Hoe verliep jullie samenwerking met onze muzikale duizendpoot?
Ja, we zijn gek op Luc! Hij was een hele tijd geleden al enkele keren bij ons in de studio en op shows. Het is wel al even geleden, maar ik ben zeker dat er vroeg of laat toch nog wel eens een vonk zal geven.

Zit een gastoptreden van Luc Van Acker er in op W-Fest?
Praktisch gezien is de kans klein… maar je weet nooit met Luc!

Zijn er artiesten die je zelf wil zien op W-festival ?
Ik zou het wel leuk vinden om DAF en Front Line Assembly te zien, maar we zullen er dan nog niet zijn. Ik probeer zeker en vast het optreden van Marc Almond mee te pikken… en ik ben ook benieuwd wat die van Lords Of Acid brengen.

Last but not least: Ijsjes? Frietjes? Of bier?
Ik zou bier zeggen, want het is een snikhete dag hier in Londen… maar eigenlijk is het antwoord altijd bier. Sad but true.

Interview by Luminous Dash

Artist interviews by Luminous Dash

  • Roza Parks

    Roza Parks Ook postpunkband Roza Parks schittert tussen de bands op de affiche van W-festival. Tijd om goed geïnformeerd te geraken, voor…
  • Antipole

    Antipole In december 2017 bracht de Noorse Karl Morten Dahl  van Antipole (na twee eerdere digitale releases) de debuut-cd Northern Flux…
  • Vive La Fête

    Vive La Fête Op zondag 19 augustus zijn ze de afsluiter op de Synth Scene van het vierdaagse W-festival! We blikken vooruit met…
  • Dole

    Dole Waarschijnlijk is het een typisch Belgische situatie. In Wallonië mag Dole zeggen dat ze één van de populairste Belgische new…
  • Shriekback

    Shriekback Op zondag 19 augustus vinden we hen om 18.20 uur op de Synth Scene van W-fest: de Londense post-punk band…